Woensdagmiddag 16 mei ben ik ontzettend zenuwachtig als mijn teamleider me thuis op komt halen voor een workshop met mijn 60 leerlingen/kinderen over het verlies van mijn man. Voor mijn collega’s, voor de collega’s van mijn man en straks voor de brandweer, de kerk en het CDA maak en maakte ik me niet druk. Ik voel me dan de situatie meester. Zo niet woensdagmiddag. Ik weet inmiddels ook, hoe harder je knieën knikken, hoe belangrijker het is dat je doet wat je hart je ingeeft.
Even na half twee beginnen we in een grote kring in de aula. Ik leg ze uit dat ik al wat rampjes gehad heb in mijn leven. De grootste tot de dood van mijn man was het onverwachte sterven van mijn 52-jarige broer. Toen leefde mijn moeder namelijk nog. Hij werd weggedragen door ‘kraaien’ op het volgende liedje, gezongen door kinderen:
De Here zegent jou
En Hij beschermt jou
Hij schijnt zijn licht over jouw leven
Hij zal genadig zijn
En heel dicht bij je zijn
Hij zal zijn vrede aan je geven.
Terwijl we dit luisteren houden wij elkaar staand vast in een kring, ook de autisten onder de kinderen doen dit als ze het nog eens nadrukkelijk gevraagd wordt. Terwijl de muziek speelt proberen drie docenten de kring vanaf de buitenkant binnen te komen en te verbreken. Ik moedig de kinderen aan vast te houden, vol te houden. Het wordt een spel en ze worden fanatieker, de kring wordt NIET verbroken.
De muziek stopt, we gaan allemaal zitten. Ik leg uit dat de boze dingen van buiten ons niet neerhalen wanneer we elkaar vasthouden, dat heet troosten en liefde, we hebben elkaar nodig. Ik zit iets hoger en vertel ze van een vader in de hemel. Ze weten wat een vader is en soms niet is maar hebben er allemaal één. Ik leg uit dat die vader, ik noem hem God, waar ik en zij niets van begrijpen, iemand is die ik vertrouw en die voor ons allemaal zorgt in samenwerking met mensen om ons heen. Ze wisten al hoe ik daarover dacht en nemen het voetstoots aan.
Dan vertel ik het verhaal van mijn man in begrijpelijke taal. Ik zeg ze dat universitair geschoolde mensen op de buienradar gaan kijken of het regent als het buiten regent. De leerlingen en ik zijn slimmer. Wij zien regen en hebben geen buienradar nodig om dat te controleren. Ze lachen en groeien een beetje, ook wat spanning even weg. Wij waren die middag niet gaan zeilen.
Ook leg ik er de nadruk op dat ik, maar ook zij, nooit zielig zijn. Je hebt soms verdriet, je bent bang, maar je bent niet zielig. Tijd en liefde is alles wat je dan nodig hebt. Zij willen me dat geven en daar bedank ik ze voor. Daarna mogen ze vragen stellen en is het al snel tijd, 40 minuten om. Niemand die gepraat of geklierd heeft , en dan 60 leerlingen, onvoorstelbaar.
Opnieuw klinkt het liedje en staand vraag ik ze om mee te zingen. Wat ik niet verwacht had, is dat ik het bij de eerste tonen opeens te kwaad krijg. Ik had het thuis nog wel zo vaak gedraaid om dit te voorkomen. Maar hoe harder ik snik, hoe meer – en luider de kinderen gaan zingen, sommigen huilen ook mee, maar ze blijven zingen. De aula verandert in een stukje hemel. Het verdrietigste in mijn leven brengt mij misschien ook wel het allermooiste: pure liefde, zo over mij uitgezongen.
Daarna deel ik de fotoboekjes uit met het liedje erin. Sommigen nemen het aan en gaan weg, Tientallen willen in mijn armen huilen en ik vraag ze of ze huilen om mij of om een eigen verlies. Een jongetje bekent me, niemand wist dit, dat hij een broertje verloor. Het is diep, diep ontroerend. Ook tweede en derde klassers komen, een meisje dat een paar maanden haar moeder begroef en nogal dwars was en is breekt ook. We huilen samen, zij om haar moeder, ik om mijn man. We beloven elkaar er iets van te maken.Als ik eindelijk een sigaretje roken wil en wat te drinken krijg, beginnen drie vierdeklassers buiten bij me te huilen.
Wat een wereldkinderen, wat een geweldige school waar wij met elkaar op mogen werken. Wij kunnen het verschil maken. Geloof erin. Misschien oogsten we niet maar laten we altijd, elke dag liefde zaaien. Ik doe niet liever.
Kom ik later thuis, als ik de vaak zo op neergekeken maar prachtige vmbo-ers heb mogen toespreken, ligt er in mijn bus een brief van de allerhoogste, onze koningin Beatrix, moeder des vaderlands. Een echte kroon op mijn dag. Die dag neemt niemand me ooit af.
Tegenover mijn Wellantcollege aan de Kalkoverweg vind je www.cbautos.nl Zij stonden en staan altijd voor mij (en mijn man) klaar. Ook in zijn gebouw bevindt zich Compagnie Bizarre, een beeldhouwclub waar een vriendin van mij prachtig werk maakt. Zij houden nu een expositie: http://www.staa.nl/expo