Een stukje hemel

Woensdagmiddag 16 mei ben ik ontzettend zenuwachtig als mijn teamleider me thuis op komt halen voor een workshop met mijn 60 leerlingen/kinderen over het verlies van mijn man. Voor mijn collega’s, voor de collega’s van mijn man en straks voor de brandweer, de kerk en het CDA maak en maakte ik me niet druk. Ik voel me dan de situatie meester. Zo niet woensdagmiddag. Ik weet inmiddels ook, hoe harder je knieën knikken, hoe belangrijker het is dat je doet wat je hart je ingeeft.

Even na half twee beginnen we in een grote kring in de aula. Ik leg ze uit dat ik al wat rampjes gehad heb in mijn leven. De grootste tot de dood van mijn man was het onverwachte sterven van mijn 52-jarige broer. Toen leefde mijn moeder namelijk nog. Hij werd weggedragen door ‘kraaien’ op het volgende liedje, gezongen door kinderen:

De Here zegent jou
En Hij beschermt jou
Hij schijnt zijn licht over jouw leven
Hij zal genadig zijn
En heel dicht bij je zijn
Hij zal zijn vrede aan je geven.

Terwijl we dit luisteren houden wij elkaar staand vast in een kring, ook de autisten onder de kinderen doen dit als ze het nog eens nadrukkelijk gevraagd wordt. Terwijl de muziek speelt proberen drie docenten de kring vanaf de buitenkant binnen te komen en te verbreken. Ik moedig de kinderen aan vast te houden, vol te houden. Het wordt een spel en ze worden fanatieker, de kring wordt NIET verbroken.

De muziek stopt, we gaan allemaal zitten. Ik leg uit dat de boze dingen van buiten ons niet neerhalen wanneer we elkaar vasthouden, dat heet troosten en liefde, we hebben elkaar nodig. Ik zit iets hoger en vertel ze van een vader in de hemel. Ze weten wat een vader is en soms niet is maar hebben er allemaal één. Ik leg uit dat die vader, ik noem hem God, waar ik en zij niets van begrijpen, iemand is die ik vertrouw en die voor ons allemaal zorgt in samenwerking met mensen om ons heen. Ze wisten al  hoe ik daarover dacht en nemen het voetstoots aan.

Dan vertel ik het verhaal van mijn man in begrijpelijke taal. Ik zeg ze dat universitair geschoolde mensen op de buienradar gaan kijken of het regent als het buiten regent. De leerlingen en ik zijn slimmer. Wij zien regen en hebben geen buienradar nodig om dat te controleren. Ze lachen en groeien een beetje, ook wat spanning even weg. Wij waren die middag niet gaan zeilen.

Ook leg ik er de nadruk op dat ik, maar ook zij, nooit zielig zijn. Je hebt soms verdriet, je bent bang, maar je bent niet zielig. Tijd en liefde is alles wat je dan nodig hebt. Zij willen me dat geven en daar bedank ik ze voor. Daarna mogen ze vragen stellen en is het al snel tijd, 40 minuten om. Niemand die gepraat of geklierd heeft , en dan 60 leerlingen, onvoorstelbaar.

Opnieuw klinkt het liedje en staand vraag ik ze om mee te zingen. Wat ik niet verwacht had,  is dat ik het bij de eerste tonen opeens te kwaad krijg. Ik had het thuis nog wel zo vaak gedraaid om dit te voorkomen. Maar hoe harder ik snik, hoe meer – en luider de kinderen gaan zingen, sommigen huilen ook mee, maar ze blijven zingen. De aula verandert in een stukje hemel. Het verdrietigste in mijn leven brengt mij misschien ook wel het allermooiste: pure liefde, zo over mij uitgezongen.

Daarna deel ik de fotoboekjes uit met het liedje erin. Sommigen nemen het aan en gaan weg, Tientallen willen in mijn armen huilen en ik vraag ze of ze huilen om mij of om een eigen verlies. Een jongetje bekent me, niemand wist dit, dat hij een broertje verloor. Het is diep, diep ontroerend. Ook tweede en derde klassers komen, een meisje dat een paar maanden haar moeder begroef en nogal dwars was en is breekt ook.  We huilen samen, zij om haar moeder, ik om mijn man. We beloven elkaar er iets van te maken.Als ik eindelijk een sigaretje roken wil en wat te drinken krijg, beginnen drie vierdeklassers buiten bij me te huilen.

Wat een wereldkinderen, wat een geweldige school waar wij met elkaar op mogen werken. Wij kunnen het verschil maken. Geloof erin. Misschien oogsten we niet maar laten we altijd, elke dag liefde zaaien. Ik doe niet liever.

Kom ik later thuis, als ik de vaak zo op neergekeken maar prachtige vmbo-ers  heb mogen toespreken, ligt er in mijn bus een brief van de allerhoogste, onze koningin Beatrix, moeder des vaderlands. Een echte kroon op mijn dag. Die dag neemt niemand me ooit af.

Tegenover mijn Wellantcollege aan de Kalkoverweg vind je www.cbautos.nl  Zij stonden en staan altijd voor mij (en mijn man) klaar. Ook in zijn gebouw bevindt zich Compagnie Bizarre, een beeldhouwclub waar een vriendin van mij prachtig werk maakt. Zij houden nu een expositie:   http://www.staa.nl/expo

Published in: on 1 juni 2012 at 7:08 am  Reacties (2)  
Tags: ,

De eerste keer……..

Met een rouwbibliotheek van honderden boeken, waarvan de meesten gelezen, kan ik me niet herinneren dat ik ooit gelezen heb dat een rouwende alles voor de eerste keer opnieuw moet leren. Als dat niet in het algemeen zo is, zal ik dat misschien meemaken omdat de plotseling vermissing en dood van mijn man een te groot trauma voor mijn geest was/is. Tijdens de slopende nacht leer ik blijkbaar alles af, van slapen, uit jezelf eten tot de telefoonnummers intoetsen. Ergens ben ik me daar van bewust, mijn lichaam en geest gaan in de alarmfase: overleven, doorleven en overeind blijven voor mijn kinderen.

Als ik de eerste morgen, na 48 uur op en 5 uur zogenaamde slaap (met 2 pillen), achter mijn pc ga zitten, kijk ik naar een toetsenbord. Het duurt en duurt.Als een mantra herhaal ik huilend: dit is een toetsenbord, kijk naar je twee vingers, ze hangen er trillend boven, en probeer letters te typen, dan woorden……….  Ik kan dan nog niet bevroeden dat in de weken (en waarschijnlijk maanden daarna)  ik als een baby moet leren lopen met het vallen en opstaan wat daarbij hoort. De eerste was hang ik huilend op. Na 2 weken durf ik, aangemoedigd door mijn jongste zoon, de auto in en rij een paar honderd meter. Koken, ik kon er niet toe komen, alleen voor anderen lukt het me nu soms. Ik, die zo van televisie kijken hou, zet me ertoe om na weken een keer naar Feijenoord te kijken, ze winnen gelukkig en ik ben zo dankbaar dat het me tien minuten lukt. Alles is iedere keer zo confronterend dat het enorme kracht en soms tranen kost.

Wat is me dan tot nu toe nog niet gelukt? Ik heb geen concentratie om een krant te lezen, op één of twee artikelen na. De televisie staat bijna altijd uit, geen concentratie genoeg en weerzin bij wat ze zeggen. Adèle 21 luisteren en niet wegzinken in verdriet bij het horen van de bekende nummers die nu zo’n andere lading hebben. Slapen met een pilletje en soms nog een halve blijft moeizaam maar als het meer dan 6 uur (4 weken lang maar 4 uur per nacht) zijn, voel ik me de koning te rijk. De dagen zijn erg lang en gelukkig komen er veel mensen die met me rouwen, me troosten, herinneringen ophalen en steeds vaker ook met me lachen. Ook dat kan ik Godzijdank weer.

Dat toch nog veel mensen me negeren, niet groeten en zelfs liegen dat ze het niet weten, dat kost kracht, blijft veel pijn doen en ik roep al mijn lezers op om dit NOOIT te doen. Geef een hand, groet, wees lief voor een rouwende en bedenk dat jouw moeilijke gevoel om de eerste keer  een rouwende vriend of vriendin te zien en/of te spreken niets voorstelt bij wat hij of zij allemaal voor de eerste keer weer moet leren.

Ben ik nu zielig? Nee, nee en nog eens nee. Ik heb een immens verdriet wat me helemaal teruggeworpen heeft in een weerloze toestand. Rouwen betekent voor mij dat al mijn kleren uit zijn, ik me naakt voel en misschien kan ik binnenkort weer een onderbroek aantrekken, ik hoop het zo.

PS Deze week hoop ik voor het eerst ‘een dagje uit’ te kunnen, weg van het huis waar alles mijn man ademt. Dit uiteraard met iemand die me lief is. Ik zie er tegen op en heb er zin in. Zo ga ik net als een baby koppig door en zal weer leren lopen.

Published in: on 20 mei 2012 at 6:40 am  Reacties (2)  
Tags: , ,

Uit de pastorie

Hoera, de schoolfotograaf was weer in ‘t dorp! Altijd leuk. En voor ouders die al wat langer meedraaien een mooie aanleiding om de oude foto’s weer eens uit de kast te halen en te vergelijken met voorgaande jaren. Wat een verschil.
Laatst kwam ik op mijn computer een foto tegen van m’n eerste startzondag, met als thema ‘De kerk ben je zelf’. Om het wat aanschouwelijker te maken, had ik tijdens het kindergesprek een aantal foto’s van de gemeente gemaakt. ‘Kijk’, zei ik tegen de kinderen, ‘zie je al die mensen op mijn foto zitten…? Dat is nou de kerk.’ Nu, ruim vijf jaar later, zitten ze er nog steeds, op mijn foto althans, want er is inmiddels veel veranderd. Sommigen staan er nog niet op, zij zouden zich pas later bij ons voegen. Anderen zijn niet meer onder ons, of zijn er nog wel maar komen niet meer. Hoezeer een kerkelijke gemeente in beweging is, word je je weer eens bewust bij het bekijken van zo’n foto.

Wonderlijk eigenlijk zo’n momentopname. Eenmaal voorbij, keert het nooit meer terug, want niets is ooit hetzelfde. We zijn er natuurlijk inmiddels wel aan gewend. Het hoort bij het leven. Je kunt honderd keer met dezelfde mensen naar dezelfde plaats op vakantie gaan, geen vakantie is gelijk. Je kunt een leven lang bij hetzelfde bedrijf werken, geen dag is slechts een herhaling. Elk moment is uniek.

Een theoloog schreef eens: bij goede seks rammelt de dood in de bedspijlen mee. En je begrijpt wat hier wordt bedoeld: de kwetsbaarheid, het geluk, de diepgang van het moment wordt pas werkelijk doorleefd vanuit het besef dat het nooit meer terugkeert en dat onze tijd ook nog eens eindig is. Het leven doorleven alsof elke dag de laatste kan zijn, hoeft klaarblijkelijk niet verlammend te werken, maar kan als buitengewoon heilzaam worden opgevat. Het geeft gewicht aan elke seconde die ons hier op aarde gegeven is.
Jaren geleden schreef ik in het kerkblad de wens dat u allen weer veilig van vakantie mocht terugkeren. Welgemeend natuurlijk, maar ook met de luchtigheid waarmee wij gewend zijn elkaar dat soort dingen toe te wensen. Totdat er één niet veilig terugkeert en je beseft dat zoiets kennelijk niet luchtig kan. Afgelopen Paasmorgen wenste ik u allen bij het uitgaan van de kerk fijne feestdagen. Welgemeend natuurlijk, maar ook met de luchtigheid waarmee wij gewend zijn elkaar dat soort dingen toe te wensen.

Totdat je wordt opgebeld en… Iedere kerkdienst mag ik u de zegen meegeven. Welgemeend natuurlijk, maar ook met de luchtigheid waarmee wij dominees gewend zijn dat te doen. We doen het immers elke zondag. Totdat je beseft dat elke zondag uniek is, elke zegen zomaar eens de laatste kan zijn. Een momentopname is het, zoals al die andere fragmenten van ons leven, maar wel een die de mens voor eeuwig bijblijft.

Nog even dwalen mijn ogen over de foto van m’n eerste startzondag. Wat is er sindsdien veel gebeurd. Heel mooie dingen, heel verdrietige dingen. Gelukkig maar dat wij elkaar hebben! We moeten trouwens maar gauw weer eens met elkaar op de foto!

Ds. Esmeralda Mandemaker

Overdenking maandblad mei Gereformeerde Kerk Woubrugge

Published in: on 30 april 2012 at 10:12 am  Geef een reactie  

Alleen met liefde kunnen wij dit overleven

Weer werd ik heel vroeg wakker met vogels die zongen. Een lege plek naast me. Ik heb mijn slaapkamer verklaard tot de enige ‘no cry zone’ in het huis. Ik strompel met een vest aan wat door de woonkamer en maak thee. De afwasmachine heeft gedraaid, de bloemen moeten water, de was heeft gedraaid maar de handen en benen hebben nog steeds geen kracht. Die kracht verdween langzaam na de doorwaakte en vreselijke nacht toen alle professionele, maar ook vriendelijke en empathische hulptroepen naar mijn vermiste man zochten. Nog voor ze zijn lichaam vonden en vrienden het met respect geborgen hebben, was mijn huis vol. Vol met mensen die geschokt waren en ons wilden steunen.

Na de identificatie door mij en de kinderen kwam Godzijdank het lichaam van Henk thuis en hebben honderden mensen, in een dagelijks door zon verlichte serre, samen met mij en mijn kinderen afscheid van hem genomen. Geen hysterie, geen opstandigheid maar oneindige droefenis dat mijn man op deze wijze dood is gegaan. Hij die op eerste paasdag toen we opstonden nog zei: ‘De Heer is waarlijk opgestaan,’ werd na een korte en heftige strijd tegen het water door die opgestane Heer zelf gered.

Zaterdag droegen zijn kinderen hem op handen de dorpskerk binnen. Daar hebben we samen met ontelbare mensen liefdevol over hem gesproken en hij kwam als het ware daardoor nog een beetje tot leven. Koopvaardijpredikant en vriend des huizes Leon Rasser wist voor ons en voor vele anderen de juiste woorden te vinden. Daarom sprak mijn oudste dochter ook naar ons hart. Zij vertelde dat mijn moeder en haar oma haar geleerd had haar zegeningen te tellen. Voor haar maar ook voor allen die hij achterlaat zijn dat er ontelbare.

Uit de bijbel las Rasser over de liefde. In één van de eerste kaarten die ik ontving  stond daarover: ‘Alleen met liefde kun je dit overleven.’  En dat is uit mijn hart gegrepen. Ook na zaterdag komen mensen spontaan op bezoek. In alle rust zijn we bij elkaar. Een collega van me zei: ‘Waarom gaan we niet altijd zo met elkaar om? ” Hij bedoelde de intense verbinding die we met elkaar voelen: geen buitenkant meer maar gewoon dicht naast elkaar zitten, soms zwijgen, soms huilen en liefdevol elkaar vasthouden en aanraken. Ik ga door met mijn zegeningen te tellen, helaas zonder mijn man Henk.

De opname van de dienst is te downloaden op het volgende adres:

http://www.dorpskerkwoubrugge.nl/download/herdenkingsdiensthenkwagenaar.mp3

Hieronder een link om de kerkdienst in de Gereformeerde Kerk te Woubrugge te downloaden van zondag 22 april. Daar werd Henk als betrokken bezoeker herdacht in de dienst.(Hervormde Kerk).

http://wtrns.fr/mpsna85_1z9s3WM w

Published in: on 18 april 2012 at 8:01 am  Reacties (4)  

Papa, hoor je me? door Tamara Bos & Annemarie van Haeringen

Met papa hoor je me laat Tamara Bos zien hoeveel zij weet van kinderen die rouwen. In heldere taal, zonder opsmuk of omtrekbewegingen, laat ze Joppe praten tegen zijn opgebaarde vader. Joppe speelt Stratego tegen zichzelf want er is verder niemand die spelen wil. ‘s Nachts is hij door zijn moeder wakker gemaakt omdat zijn vader er niet meer is. Daar snapt Joppe niks van want eenmaal beneden ligt zijn vader nog steeds stil in bed, en stil lag hij toch al steeds de laatste dagen.

Joppe heeft tijdens de ziekte van vader wel meer uitdrukkingen van volwassenen niet begrepen. Zo werd er volgens hen in het ziekenhuis goed voor hem gezorgd, beter dan thuis maar waarom ging hij er dan zo slecht uitzien? Tijdens een barbecue bij zijn oma vertelt zijn vader dat hij gecremeerd wil worden en Joppe begrijpt niks van de lange stilte die dan valt. ‘Je mag toch wel zeggen wat je wilt als je dood bent?’  Hij hoort zijn moeder tegen oma zeggen zeggen dat het voor een moeder het allerergste is om een kind te verliezen maar volgens Joppe is het ook heel erg als een vader doodgaat.

Joppe gebruikt de tijd aan het bed van zijn vader om herinneringen op te halen terwijl rondom hem alles van de crematie geregeld wordt. Een schaatstocht maken met zijn vader, naar de kermis maar ook de niet zo leuke kant van vader als voetbalsupporter aan de lijn bij zijn oudere broertje verzwijgt Joppe niet. ” Dan stond je vaak te schreeuwen tegen Dajo en dat vond hij niet leuk. Als de wedstrijd over was, dan ging je vaak nog door met dingen zeggen. Zeker als ze verloren hadden.’

Zijn vader heeft hem verteld hoe er een superlang spelletje Stratego in zijn lijf gespeeld werd. Soldaatjes wilden daar alles kapotmaken en de dokter gaf medicijnen om tegen die soldaatjes te vechten. Hij leek te winnen maar verloor van de soldaatjes en niemand houdt van verliezen volgens Joppe. Vader niet en hij niet. De indrukwekkende rode en blauwe tekeningen, geënt op de figuren uit Stratego, zijn een geweldige aanvulling op de ontroerende tekst van dit boek. De dragers van de kist, de begrafenisauto maar ook de bloedrode stippen en roodblauwe tulpen, je wilt er steeds weer naar kijken.

En je hoeft geen dode vader of moeder hebben om Papa hoor je me? samen met je kind te lezen. Helaas komt vroeg of laat ieder kind in aanraking met mensen die kanker hebben. Dit boek is een hulpmiddel om er over te praten, te tekenen of het alleen maar voor te lezen. Wat mij betreft verdient dit boek een griffel.

Published in: on 12 februari 2012 at 2:32 pm  Geef een reactie  
Tags:

Emotionele achtbaan

Lang niet op alle gebieden van het leven ben ik een durfal maar kermisattracties boezemen me meestal geen angst in. Een bezoek aan een pretpark was dan ook feest voor de kinderen en voor mij. Het langzame klimmen van de wagentjes, je weet wat er komen gaat, je maag begint al een beetje te draaien, je stort de diepte in, zet het op een gillen want het is geweldig en eng, een dubbel gevoel dus.

Over dubbele gevoelens kan ik deze afgelopen weken en dagen wel meespreken. Na een jaar van ziek zijn, beter worden, weer ziek en tenslotte opgegeven, stierf mijn goede vriend vandaag een week geleden. De laatste twee weken waren heftig want ondanks zijn vechtlust belandde hij toch in bed en moest uiteindelijk de strijd tegen de dood opgeven. De dagelijkse bezoeken aan mijn sterk vermagerde vriend hakten er zo in dat ik de rest van mijn leven op de automatische piloot deed.

Eenmaal gestorven gunde ik hem die rust en ben aanwezig geweest om zijn laatste afscheid te regelen. Pas na de afscheidsmis van zaterdag kwam er een hol gevoel in mijn maag, voelde mijn lijf alsof ik een marathon gelopen had, werd ik midden in de nacht of  ‘s ochtends vroeg wakker en functioneer ik soms als een kip zonder kop. Ik heb daar geen controle over, het is normale rouw en heeft tijd nodig. Lastig is het wel want het leven rondom me gaat wel gewoon door.

En dan bedoel ik letterlijk het leven want maandag werd ons tweede kleinkind geboren, opnieuw een jongen met de mooie naam Maarten. Natuurlijk ben ik hem meteen gaan bewonderen en rij nu dagelijks naar mijn dochter om samen een uurtje met haar van dit nieuwe leven te genieten. En dat lukt zo lang ik daar binnen ben. Eenmaal buiten merk ik meteen dat de rouw zich niet buiten de deur laat zetten, ook niet door het nieuwe leven.

Rest mij dus niets anders dan te accepteren dat ik voorlopig in de emotionele achtbaan zit waarvan de duur niet wordt aangegeven. Het is zoals het is en ik ben niet bij machte knoppen om te zetten, een escape te gebruiken of mezelf voor de gek te houden. Ik zit de rit wel uit en hoop op enig mededogen van mijn omgeving, iets wat voor rouwenden minder vanzelfsprekend is als je zou denken.

Published in: on 8 juni 2011 at 3:01 pm  Reacties (2)  

De tijd staat stil

Geboorte en dood hebben veel meer overeenkomsten dan dat je op het eerste gezicht zou denken. Je leven is nooit meer hetzelfde wanneer je een kindje krijgt en datzelfde gebeurt wanneer je voor altijd van iemand afscheid hebt moeten nemen.  Als hoogzwangere vrouw ben je op den duur in je hoofd steeds met de komende bevalling bezig, is iemand terminaal ziek en komt het einde in zicht dan gebeurt er met de naasten die eromheen staan hetzelfde. Wordt de baby geboren of sterft de geliefde persoon, dan staat de tijd voor je gevoel helemaal stil, ook de dagen daarna. Ik herinner me dat van beide gebeurtenissen nog goed.

De tijd van baby’s krijgen ligt al lang achter me maar de tijd van afscheid nemen niet. Ik bevind me momenteel volop in zo’n proces en ervaar het als ‘lastig’ dat het gewone leven doorgaat. Natuurlijk begrijp ik dat wel maar mijn lichaam en mijn geest hebben moeite met het leven in twee werelden. De ene wereld is heel klein ondanks de grootte en diepgang van heftige emoties, is mooi met herinneringen maar ook vol met aftakeling en lijden. Ondertussen draait de grote  wereld door en wordt het elke dag voor mij moeilijker om daar gewoon in te functioneren.

Behalve dat mijn hoofd voelt alsof het zich in laaghangende bewolking bevindt, mijn lijf niet vooruit wil, word ik midden in de nacht met de naam van de zieke persoon op mijn lippen wakker en voel ik me na elke inspanning alsof ik een marathon gelopen heb. Inslapen is moeizaam en de concentratie om andere dingen te doen neemt snel af. Leven in het hier en nu lukt nauwelijks want het komende afscheid maakt alles onbelangrijk. Redelijk geduldig als ik ben, bemerk ik nu een kort lontje, huilen doe ik sowieso gemakkelijk maar als je nu even lief tegen me doet, komen de waterlanders meteen, zeker als je over de stervende vriend begint.

Soms benijd ik mensen die in dergelijke omstandigheden kunnen doorleven alsof er niets aan de hand is. Het woord dood komt niet over hun lippen al worden ook zij op een dag door de realiteit ingehaald. Mij rest niets anders dan me over te geven aan hoe ik het ervaar en beleef. Elke dag nog te genieten van de nabijheid van de geliefde vriend en hem nabij te zijn. Nabij te zijn op dat laatste stukje van zijn leven, tot het punt waarop voor hem de tijd stil gaat staan. En de mijne ook, tijdelijk.

Published in: on 18 mei 2011 at 1:38 pm  Geef een reactie  

Een stille getuige

Ze is een mager meisje van 13, schuchter en in zichzelf gekeerd. Niet altijd zo geweest maar zo geworden. Bij de scheiding van haar ouders mocht ze bij haar moeder wonen, tot ze te lastig werd. Dan maar terug naar vader maar die is inmiddels hertrouwd en de stiefmoeder is niet blij met opeens een grote dochter in huis. Er is inmiddels een broertje en dat eigen kind heeft moeders voorkeur, geen stille voorkeur maar luid en duidelijk in woord en daad kenbaar gemaakt, elke dag weer. De dochter is niet welkom, niet bij moeder, niet bij vader maar ze is er wel, moet ergens wonen.

Om even aan de spanningen te ontsnappen, fietst zij op een mooie zaterdagochtend naar een winkelcentrum. Ze is bijna klaar als ze rare geluiden hoort. Ze wacht even maar gaat dan naar buiten en hoort van alles. Ze raakt in paniek en rent via een trap naar haar fiets, onderweg ziet ze bloed en mensen op de grond liggen. Eenmaal thuis sluit ze zich op in haar kamer en is bang.

Later die dag praten ze thuis over schieten in een winkelcentrum, ze ziet beelden en hoort de commentaren. Ze zegt niets maar nog steeds doodsbang trekt ze zich terug op haar kamer, helaas  voelt ze zich ook daar niet veilig. Ze vertelt niemand wat ze gezien en gehoord heeft, het zou thuis nog meer problemen geven.

Na twee slapeloze nachten gaat ze maandag naar school. Daar vraagt de docent wie er bij was op het winkelcentrum. Ze zegt nauwelijks verstaanbaar dat ze er was, doden gezien heeft en naar huis is gegaan maar ontkent er last van te hebben. Andere kinderen vertellen en ze is weer stil.

Later in de week wordt ze nog eens uitgenodigd voor een bijeenkomst op school, nu met 4 andere leerlingen die nauw bij het incident betrokken zijn geweest. Ze is als laatste aan de beurt om haar verhaal in alle rust te vertellen en als er liefdevol wordt doorgevraagd, beginnen de tranen te stromen. Elke nacht wakker, bang in eigen huis omdat ze denkt dat er iemand achter haar staat die haar dood gaat schieten, ouders die van niets weten en dus grenzeloos eenzaam.

Leerlingen en begeleiders van die ochtend staan om haar heen, troosten haar en eindelijk wordt ze gezien en gehoord. Samen met de anderen maakt ze later een bloemstuk. Hand in hand met de docent loopt ze tegen het middaguur huilend het winkelcentrum binnen om de bloemen neer te leggen. Ze vertelt nog eens stilletjes waar ze wat precies zag.

Voor ze ’s middags weer naar huis fietst vertelt ze hoe de ondersteuning haar goed heeft gedaan maar vooral het troosten. Het herinnerde haar aan veilige moederarmen, aan iets wat ze node al jaren mist. Meisje van 13, een stille getuige van het schietincident,van onze gebroken wereld. Waar vindt zij een veilig thuis?

Published in: on 26 april 2011 at 11:27 am  Geef een reactie  

Traan’buis’

Het is alweer een aantal jaren geleden dat televisieprogramma’s met dood, ziekte en rouw hun intrede treden. Ik mis je van EO was denk ik de eerste en ik vond het helemaal niks: inzoomen op tranen, vragen naar het laatst gedragen kledingstuk en dan tussendoor nog een irritante ‘tussenstand’ door de interviewster, tot het ultieme moment wanneer de hele familie zich voor de video verzamelt en naar de gemaakte film kijkt, en uiteraard opnieuw een tranendal. Liefhebbers ervan zeiden dat dit programma je hielp om met de dood en rouw om te gaan maar snotteren voor je televisie is iets anders dan je terminaal zieke buurman of vriend trouw een goed bezoek te brengen.

Er volgden meer dergelijke programma’s zoals een toespraak tijdens leven opgenomen maar na de dood vertoond, De Kist en nu loopt de serie Over mijn lijk met als presentatrice Yvonne Jaspers. Ik bezoek zelf soms mensen tot de dood en was bij de eerste serie erg nieuwsgierig, vooral om te zien hoe presentator Patrick Lodiers er mee om ging. En dat viel helemaal niet tegen. Hij had de gave om naarmate de ziekte erger werd, zelf steeds minder op te vallen en er uiteindelijk alleen maar te zijn. Een aantal scènes maakten grote indruk op me maar vrolijk word je natuurlijk niet van dit soort televisie, genoeg dood in mijn echte leven, dus ik heb na de eerste serie niet meer gekeken tot ik hoorde dat de vrolijke Yvonne Jaspers Over mijn lijk ging doen.

We kennen Yvonne van Boer zoekt vrouw en die boeren willen eigenlijk maar één vrouw ….Yvonne. En hoewel ze niet met ze flirt, is het door wie ze is en hoe ze doet logisch dat die boeren dat willen. Maar meelopen met terminale mensen is natuurlijk andere koek want het hoort dan helemaal niet meer over jou te gaan maar over hen en of ze dat kan, daar had ik mijn twijfels over. Ik heb daarom gisteravond een aflevering gekeken en vond het ten eerste flitsend snel voor een programma over leven dat langzaam verstild. Yvonne is in tegenstelling tot Patrick volop aanwezig, stelt hier en daar vervelende vragen (Zo, dus het hoogst haalbare in deze keuken is een kopje thee, bij iemand die niet meer eten kan en Gaat het ukkie er komen? bij iemand die vanwege zijn ziekte niet op gewone wijze zijn vrouw zwanger kan maken) en ik had soms meelij met de mensen die met zoveel kracht, die ze soms niet meer hebben of beter kunnen gebruiken, serieus en uitgebreid antwoordden.

Eigenlijk moeten we dit soort programma’s niet op tv willen want ziekte, dood en rouw raken je ziel, komt dicht onder je huis, is intiem en vraagt niet om camera’s. Laten we in plaats van te kijken ons inzetten voor zieke mensen. De hospice kan altijd vrijwilligers gebruiken en menige rouwende wacht op een bezoekje. Er wachten je geen kijkcijfers maar wel de meest waardevolle momenten in je leven.

Published in: on 26 maart 2010 at 7:26 pm  Geef een reactie  
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 57 other followers