Geld en geluk

Ik aarzel een beetje om deze column te schrijven maar bij alle geweld rondom de bezuinigingen,  de euro en Griekenland en wat er maar te lezen valt over de turbulente economische perikelen, denk ik steeds: krijgen we het wel echt slecht? Ik in ieder geval niet want ons inkomen is hoog en we hebben altijd de tering naar de nering gezet, niet met leningen van alles gekocht. We zijn er ons altijd van bewust geweest dat na goede tijden er ook minder goede komen, ook op financieel gebied. Dat gebeurde in ons leven ook en wat waren we toen blij dat we niet boven onze stand geleefd hadden.

En dan lees ik weer een artikel met een praktijkvoorbeeld dat sommige gezinnen er 100 euro per maand op achteruitgaan. Wat is die 100 euro vergeleken met wat de gemiddelde Nederlander uitgeeft aan vakanties, uit eten gaan of nieuwe kleding? Ik verbaas me al jaren over de volle lunchrooms, restaurants en winkelkarren die ik om me heen zie. Ik vind dat we verwende burgers zijn die moeten bedenken dat we het vergeleken met een groot deel van de wereldbevolking ontzettend goed hebben. Dat we volgens opiniepeiling juist die mensen minder geld willen geven, vind ik een teken aan de wand.

Het is niet voor niks dat er de laatste jaren veel boeken met als onderwerp ‘geluk’ op de markt zijn gekomen. Daar streven we naar en koppelen het begrip vaak ook nog aan geld. Alain de Botton schreef Statusangst en het boek van Erik G. Wilson heet Verslaafd aan geluk. Nog meer tot de verbeelding sprekend is de titel Gij zult gelukkig zijn van de Fransman Pascal Bruckner. In de Volkskrant van woensdag 21 september wordt het nieuwste boek met dit thema besproken: The age of absurdity van de Ierse filosoof Michael Foley. Volgens deze recensie beschrijft Foley het hier en nu als volgt: een wereld waar de mensen zijn dagen laat verzieken door giftige cocktails van onvrede, rusteloosheid, verlangen en wrok. Een wereld waarin iedereen jonger, rijker, getalenteerder, beroemder en vooral seksueel aantrekkelijker wil zijn dan hij is.

Geluk niet meer gezien als voorrecht maar als plicht. Het leven wat alleen maar leuk is en waar verdriet en lijden geen plaats heeft. Het geld is een middel om geluk te kopen vandaar dat jonge mensen rijk willen zijn en banen ambiëren waarmee het grote geld binnenkomt. Het met minder toe moeten kunnen staat haaks op al deze ontwikkelingen en zou leiden tot ongeluk. Niets is natuurlijk minder waar maar ervaring is de beste leermeester.

Tot die tijd klaagt de Nederlander heel wat af, zijn de bezuinigingen het gesprek van de dag en op die manier blijven we blind voor het halfvolle glas. Jean Jacques Rousseau was van mening dat geluk door de mens vaak met terugwerkende kracht pas geconstateerd wordt, als het voorbij is dus.  Laten we hopen dat we niet in een situatie komen dat we achteromkijkend ons zullen realiseren wat een topjaar 2011 evengoed was, zelfs in financieel opzicht  Of zoals mijn man zegt: ‘ Wanneer we nu 100% verdienen en 2 % inleveren houden we nog 98% over.’ Veel dus. Uitzonderingen daargelaten maar dat spreekt vanzelf.

Published in: on 23 september 2011 at 10:32 am  Geef een reactie  

The URI to TrackBack this entry is: http://judywagenaar.wordpress.com/2011/09/23/geld-en-geluk/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 57 other followers