Een meeslepend en triest liefdesverhaal wat speelt in Berlijn, een paar jaar voor de val van de Muur. Soja wordt verliefd op Harry, een junkie die net vrij is uit de gevangenis maar ook alweer door de politie gezocht wordt. Omdat Harry aan een hulpverleningstraject medewerking verleent, kan Soja hem daarin bijstaan. Op advies van de leider van het project mag Harry niet alleen zijn en daarom trommelt Soja binnen haar vriendenkring mensen op die hem per toerbeurt een dag onder hun hoede nemen. Soja cijfert zich helemaal weg voor deze liefde van haar leven en gaat daarmee zelfs door wanneer ze tijdens een groepsgesprek erachterkomt dat Harry aids heeft. Hij had dat voor Soja maar ook haar vrienden verzwegen.
In dit boek kijk je terug naar de relatie van Harry en Soja via notities die Harry tijdens die periode in een schriftje maakte. De manier waarop ze wonen, eerst samen, later Harry alleen, maakt een troosteloze indruk. Geld is vaak een probleem hoewel Soja wel werkt en een lotto wint. Zij verstopt voor Harry dit geld omdat ze toch bang is dat hij het anders stelen zal. Ergens weet ze dat hij niet te vertrouwen is maar toch blijft ze trouw.
Harry heeft verkeerde vrienden en ook bij Soja wordt, nadat een vriend van Harry dood gevonden wordt, huiszoeking gedaan. Het hulpverleningstrajest is dan al lang stukgelopen en eigenlijk de relatie ook. De ziekte van Harry verergert en een opname volgt, Soja bezoekt hem wekelijks, vaker kan ze niet aan. Hem een pistool bezorgen om een eind aan zijn leven te maken, wil ze niet. Geen gevoel van bevrijding voor Harry als de muur valt maar Soja kiest wel voor een ander leven en een andere man. Na twee jaar ontmoet ze Harry nog eens, zieker dan ooit, hij roemt nog steeds het oude Oost-Duitse regime. Soja woont dan in Zwitserland, getrouwd en wel maar haar huwelijk houdt geen stand. Zij eindigt waar ze begonnen is met Harry, op een kleine flat waar haar leven voortkabbelt.
bwa, bwa
een mooi verhaal moet ik zeggen. zo besef je dan ook wat echte liefde is.