Hoe verdriet je leven veranderen kan

Het is vandaag 13 jaar geleden dat mijn vader overleed. Het was een regenachtige maandag en nadat hij de zaterdagavond daarvoor gereanimeerd was, stierf hij alsnog twee dagen later op de intensive care van een ziekenhuis te Rotterdam-Zuid. In allerijl was ik er zaterdag aan het begin van de nacht samen met mijn man heengereden en we hebben elkaar toen nog kort maar liefdevol gesproken. Volgens de zuster had hij nog een leven voor zich, iets waar ik toen meteen al aan twijfelde. Van ziek-zijn tot overlijden duurde ruim een week en nu weet en vind ik dat hij een mooie dood had. Toen dacht ik daar heel anders over al werd het vele malen tegen me gezegd.

Zijn plotselinge dood zette mijn leven op de kop. Ik kon de dagelijkse taken eigenlijk niet meer volbrengen en ook na de begrafenis vond ik mijn oude zelf niet terug. Dat was lastig voor mezelf én misschien nog wel meer voor mijn omgeving. Ik sloeg uit nood aan het lezen over rouw en ontdekte dat het normaal was dat je alles moest herijken wanneer je een ouder verliest. Ik had tijd nodig, aandacht, begrip en liefde van anderen maar dat is bij rouw een kostbaar goed en moeilijk te verkrijgen. Onlangs begroef ik mijn oudste zus en onderging opnieuw aan den lijve hoe weinig mensen empathisch met je om kunnen gaan, hoe sommigen het niet de moeite waard vinden om je te condoleren en hoe mijn eigen lichaam protesteert als ik ‘gewoon’ door wil gaan.

In rouwliteratuur lees je dat verdriet je leven verandert en bij mij is dat zeker het geval geweest. Ik heb na het overlijden van mijn vader een soort fascinatie voor en betrokkenheid bij rouw en dood ontwikkeld die ik tot op de dag van vandaag heb vastgehouden, het is misschien zelfs sterker geworden. Kinderen en volwassenen begeleid ik op verzoek bij rouw, ik geef rouwlezingen en speel met mensen het rouwspel Alle sterrren van de hemel. Werk hoef ik niet te zoeken, het komt als vanzelf op mijn pad en hoewel soms zwaar, is het ook fantastisch en een voorrecht om te mogen doen. Ik ben ervan overtuigd dat rouwen alles heeft te maken met liefde. Mijn rouwlezing eindigt met de woorden: Hou je van iemand, dan rouw je ook om en met iemand.

Gepubliceerd in: on 11 november 2009 at 5:23 pm Laat een reactie achter

Zwemmen door Nicola Keegan

Deze debuutroman begint verrassend wanneer we kennismaken met Philomena Ash voor wie als baby zwemmen een eerste levensbehoefte blijkt te zijn. Eindelijk hoeft ze niet meer te schoppen en te schreeuwen, kan ze haar energie kwijt, wordt moe en slaapt, tot groot genoegen van haar ouders, ’s avonds probleemloos in. Zwemmen is voor haar leven en overleven in een gezin waar iedereen een gebruiksaanwijzing lijkt te hebben: moeder is angstig, vader lijkt alleen te leven voor zijn werk, haar zusje lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en ook de twee andere zusjes ontsporen waar de dood van de vader  geen goed aan doet.

De zusjes bezoeken een katholieke basisschool en krijgen na de dood van vader ook hulp van lijdende, bemoedigende of duistere katholieken. Geen van deze groepen slaagt erin moeder permanent uit bed te krijgen. Kapelaan Tim zet zich wel in voor de zwemcarrière van Pip (de bijnaam van Philomena) want na de dood van haar zusje stort Pip in en is het de zwemtraining die haar uit de lethargie van snoepen en televisie kijken haalt. Wanneer ze die beslissing neemt denkt ze : ‘Het heden is niet meer dan een poort die naar een toekomst leidt waar het beter zal zijn, en ik hoef alleen maar te zorgen dat ik daar kom’.

Dat het gezin desintegreert gaat aan Pip voorbij zolang zij er deel van uitmaakt. Ze heeft het druk met zichzelf want ze wordt maar niet ongesteld en heeft spijt van haar ongeduld met Bron, haar overleden zus die met haar een kamer deelde maar met wie ze nauwelijks tot een goed gesprek kwam. Pip ontdekt de wereld van de topsport en daarbuiten beter als ze zich geplaatst heeft voor de nationale ploeg en mee mag doen aan de Olympische Spelen. Ze haalt medailles maar blijft het leven ervaren als ‘een reeks gecompliceerde vergissingen waarin het gaat om glijden door hoeken en bochten’.

Haar relatie met een Russische zwemmer is gedoemd te mislukken, ze steunt zwaar op hem maar wil  het zwemmen niet opgeven en naar New York verhuizen, de plek waar hij wonen wil. Eenmaal over de top0 van haar carrière heen kan Pip niet stoppen met trainen want leven zonder zwemmen is voor haar ondenkbaar. Ze gaat tenslotte in haar eentje naar Parijs en woont op een klein kamertje. Daar zoekt ze hulp, vertelt haar levensverhaal, rouwt en ontdekt een andere manier dan zwemmen om te (over)leven. Een indringend boek vol van verdriet en eenzaamheid, binnen en buiten het gezin.

Gepubliceerd in: on at 4:58 pm Laat een reactie achter

Waarom ik altijd nee zeg door Frank Adam

Waarom ik altijd nee zeg

als er een ja moet komen

dat weet ik niet.

-

Er zit een nee in mij

vanbinnen,

een heel erg hard

niet-willen.

-

Drie kleine letters maken

vele grote grillen.

-

Waarom  ik altijd nee zeg

als het ja moet zijn,

dat is een groot geheim.

Het is een soort verdriet,

-

ook al heb ik nergens pijn.

Gepubliceerd in: on 6 november 2009 at 2:59 pm Laat een reactie achter

Een appeltje voor de dorst bewaren

Spreekwoorden, gezegdes of uitdrukkingen zijn niet meer in de mode, regelmatig leg ik er thuis één uit. Onlangs nog ging het over ‘wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt de deksel op zijn neus’ wat volgens mij betekent dat je niet altijd tot het uiterste hoeft te gaan, met wat dan ook oftewel je kunt best eens ‘een boterham met tevredenheid’ eten. Het bekende appeltje voor de dorst bewaren, is me met de paplepel ingegoten en dan vooral op financieel gebied. De hedendaagse jeugd ontbreekt het volgens alle onderzoeken aan opvoeding wat betreft het omgaan met geld met alle gevolgen van dien. De school moet dan uitkomst bieden maar ik denk dat ‘goed voorbeeld goed volgen doet’ en dat dus de ouders moeten handelen naar ‘wie de schoen past trekt hem aan’.

Wanneer ik in mijn vmbo-klassen vraag wie het mobiele telefoonabonnement van de leerlingen betaalt, antwoordt bijna iedereen dat dit gedaan wordt door de ouders. Een televisie en pc op kamer is ’schering en inslag’ en dat je met het minimumloon van een 16-jarige niet zelfstandig op kamers kunt wonen omdat er huur, elektriciteit en andere vaste lasten betaald moeten worden, is ze een raadsel. Maar tot en met de universiteit is het ‘appeltje voor de dorst bewaren’ een gezegde wat niet aanspreekt. Bij diverse banken kunnen studenten duizenden euro’s rood staan en daar bovenop nog eens goedkoop lenen bij de IBG dus wat let ze om vaak op vakantie te gaan, buitenshuis te lunchen en ‘de tering niet naar de nering te zetten?.

De appel valt meestal niet ver van de boom en zo lang het kan springen paps en mama wel bij maar soms houdt het natuurlijk gewoon op. Op eigen benen staan betekent ook dat je verantwoordelijk met je geld omgaat. Er komt veel binnen bij de meeste jongelui maar er gaat meestal meer uit en dat patroon zet zich vaak door naar later bij huis, hypotheek, twee auto’s en ga zo maar door. Ik kan me daar behoorlijk aan ergeren en volgens mij ‘moet wie zich brandt ook op de blaren zitten.’  Zakgeld, kleedgeld, praten over wat iets kost en waarom je het wel of niet uitgeeft, sparen voor grote uitgaven en niet altijd alles voor ze betalen laat jonge mensen misschien ook inzien dat ‘zuinigheid met vlijt huizen als kastelen bouwt’ en dat media en reclame hen luchtkastelen voorspiegelen.

 

Gepubliceerd in: on 2 november 2009 at 5:34 pm Laat een reactie achter

Allerzielen door Jean Pierre Rawi

Wij raken op het peilloos kwaad

van deze eeuw niet uitgekeken

en zijn ook zelf in staat gebleken

tot schoftenstreken en verraad.

-

Het heeft geen zin en is te laat

over elkaar de staf te breken,

en dan, wat is dit vergeleken

bij wat ons nog te wachten staat?

-

Maar, weeskinderen van de tijd,

raken wij nooit het heimwee naar de

geheime zin der dingen kwijt,

-

Die men eenmaal in alles zag

toen al de doden in de aarde

nog wachtten op de jongste dag.

Gepubliceerd in: on 31 oktober 2009 at 2:03 pm Laat een reactie achter

Blinde wereld door Ellen Heijmerikx

Wie ‘genoot’ van Knielen op een bed violen zit ook weer goed bij  Blinde wereld: vreselijke boeken waarin je steeds maar weer hoopt dat het niet echt gebeurd is, dat ouders tot inkeer komen en hun kinderen lief zullen hebben om wie ze zijn en niet om welk geloof ze aanhangen. Zelf gelovig wil ik tijdens het lezen van Blinde wereld daar soms niets meer mee te maken hebben. De bijbelteksten ter vermaning vliegen hoofdpersoon Kieke om de oren en ze klinken me zo bekend in de oren. Na het lezen van een dergelijk boek trek je als christen niet snel een te grote broek meer aan, krijg ik last van plaatsvervangende schaamte en heb diepe bewondering voor de moed van Ellen Heijmerikx. Het boek mag dan niet geheel autobiografisch zijn, het komt wel van binnenuit en is daarom zo gruwelijk om in één adem uit te lezen.

Samen met haar familie maakt Kieke deel uit van de Noorse Broederschap, een strenge religieuze gemeenschap die de bijbel van kaft tot kaft letterlijk neemt, met alle gevolgen van dien. Zo spaart de vader zoon Job de roede niet en wanneer Kieke vanuit een raam dit gadeslaat wordt het haar te veel. Gelukkig maakt opa een einde aan dit geweld. Deze opa mag dan een broeder zijn, hij heeft veel liefde voor de natuur, voor zijn kleinkinderen en mist het fanatisme van zijn zoon. Samen met hem speurt Kieke naar een uil terwijl op een ander moment haar vader onder haar ogen een meeuw doodschiet die vervolgens door Kieke liefdevol begraven wordt.

De strijd om zich wel of niet te bekeren woedt hevig in Kieke en met moeite biedt ze weerstand aan de druk en manipulatie die anderen haar opleggen. Je voelt de druk in haar hoofd toenemen en toch bezwijkt ze niet. Ze geniet van haar vriendin Liv die op haar eigen nuchtere en opstandige manier met de gemeenschap omgaat. Dat een zeer gelovige broeder Liv en een andere vriendin misbruikt, de laatste pleegt zelfs zelfmoord, is onverteerbaar voor Kieke. Job verlaat het huis van de éne op de andere dag en door hem kan zij op haar 17de ook het huis uit.

Gewone zaken als spijkerbroeken, rokjes en truitjes zijn in dit boek niet meer alledaags want voor Kieke komen ze uit een andere, ‘zondige’ wereld. Vrouwen hebben bij de Broeders niet veel te zeggen hoewel de moeder van Kieke haar man aardig dwars zit, homoseksuelen  zijn zondaars en  ga zo maar door.  Er is binnen de broeders een sfeer van zelfingenomenheid, veel hete hoofden en koude harten en nergens lijkt de liefde, het hart van God, het te winnen van minder belangrijke zaken. Daarom word ik verdrietig van dit boek maar zie ik nu al uit naar de opvolger.

Gepubliceerd in: on 27 oktober 2009 at 4:34 pm Laat een reactie achter

De bijzondere eigen weg van een Benjamin (4)

Vanwege zijn geboortemaand november moest onze Benjamin drie jaar kleuteren. Dat wreekte zich in groep 5 want daar was hij meer met Lego aan het spelen dan aan het leren. Toen ik dat op een ouderavond ter sprake bracht, beaamde de juf dat niet alleen maar stelde ze ook voor hem naar groep 6 te plaatsen. Toen wij hem dat de volgende dag vertelden en met taartjes vierden, was het aandoenlijk om te zien dat zijn blijdschap zich zelfs in tranen uitte, een goede zet dus. Hij speelde al snel weer met lego maar dat mocht de pret niet drukken. Pas in groep 8 kon hij extra werk doen omdat het Groene Hart Lyceum in Alphen een speciaal programma voor slimme kinderen had opgezet.

Eén juf van groep 8 leverde de nodige problemen op, jong en eigenwijs als ze was, kon ze soms haar ongelijk niet toegeven en dan ben je bij onze Benjamin aan het verkeerde adres. Zo beweerde zij dat Juliana i.p.v Wilhelmina tijdens de Tweede Wereldoorlog onze koningin was. Hoe ik ook op hem inpraatte dat hij het moest laten gaan en dat je nou eenmaal mensen had die eigenwijs zijn en blijven, ik moest op den duur naar school voor een gesprek met hem en haar. Het ging ook wel van kwaad tot erger want ze geloofde ook al niet dat hij In de ban van de ring van Tolkien gelezen had voor hij er een spreekbeurt over hield. Uiteraard werd het een hopeloos gesprek waarin Benjamin de leerkracht leek en de juf een kind. Ook ik kon daar niet veel aan veranderen want echte excuses over het volhouden van een verkeerd feit kwamen er niet.

De andere juf van groep 8 was ouder en wijzer. Zij loodste onze Benjamin door het schoolkamp heen. Hij wilde wel mee maar op voorwaarde dat hij niet bij de andere jongens hoefde te slapen. Die maakten volgens hem veel lawaai en stopten niet als de juf daarom vroeg en daar werd hij nerveus van. En ondanks het feit dat iedereen het raar vond, sliep hij moeiteloos alleen in de bevoorradingstent en had daardoor een goede week.

Mij leerden al deze akkefietjes dat onze Benjamin wel bijzonder was maar dat het mogelijk is dat hij binnen onze maatschappij functioneert wanneer je hem ruimte geeft, naar hem luistert en vooral zelf ook komt met goede argumenten. Het helpt mij nog dagelijks in mijn werk op het vmbo met  leerlingen die een aan autisme verwante stoornis hebben.  Zelf duidelijk zijn en goed naar ze kijken en luisteren voorkomt veel problemen, sterker nog, ze reageren net als ieder ander positief op liefde en aandacht.

Gepubliceerd in: on 23 oktober 2009 at 4:36 pm Laat een reactie achter

Anorexia door Gerda de Preter -Dun

Ik weet allang

dat zus heel stilletjes

verdwijnen wil

in het behang,

dat zij alleen nog maar

met kleine beetjes

de dag verbijten kan

-

Ik bespied haar

als ze voor de spiegel staat:

een vogel uit het nest gevallen,

een hoopje kou, wat botjes

en een ruggengraat,

en donzig haar waar zij

twee vleugels wou.

-

Ik wil wel mee

de kruimels tellen op haar bord

en honderd keer de trap op rennen,

maar hoe moet dat

als zij mij niet ziet

als zij meer van minder wordt

en niets meer om het lijf heeft

dan een velletje verdriet.

Gepubliceerd in: on 19 oktober 2009 at 3:18 pm Laat een reactie achter

Een goede buur is beter dan een verre vriend

Hoe ouder ik word des te meer wordt me duidelijk hoeveel ik van huis uit meegekregen heb en daar hoort de uitdrukking: een goede buur is beter dan een verre vriend, ook bij. Wij hadden in Rotterdam IJsselmonde hele verschillende buren namelijk links een gezin wat uit Indonesië kwam en rechts rasechte Rotterdammers. De één gebruikte regelmatig sterk ruikende garnalenpasta (trassie) bij het koken en dus moesten onze ramen dicht terwijl ze vaak dicht moesten blijven vanwege het lawaai van de ander. Bij het dichtdoen zei mijn vader altijd: ‘Het is leven en laten leven.’ En hoewel we bij de buren niet over de vloer kwamen, werd er altijd gegroet en kan ik me geen enkele ruzie herinneren.

Hoe anders vergaat het menige Nederlander,wanneer we de onderzoeken mogen geloven en bijvoorbeeld naar de Rijdende Rechter kijken, met lawaai, schuttingen, bomen maar ook dakkapellen, kleine kinderen en parkeerplekken die ervoor zorgen dat buren op oorlogspad geraken en zelfs een verre vriend geen uitkomst bieden kan. Na een uitspraak van de rijdende rechter denk ik vaak: ‘Je kunt maar beter verhuizen, mits dat mogelijk is, want je hebt zo toch geen leven.”

En dat terwijl je juist in een buurt  elkaar nodig hebt en niet alleen vanwege je kleine kinderen of dat  er onverhoeds iets ernstigs gebeurt, ook als je ouders oud worden, bij ziekte en andere praktische zaken. Drie van mijn buren hebben mijn huissleutel en ik de hunne. In één huis mag ik altijd naar binnen en pakken wat ik nodig heb als ze er niet zijn. We pasten op elkaars kinderen wanneer de nood aan de man was, koken voor elkaar of komen regelmatig langs wanneer er sprake is van ziekte en dood. En dat heb ik niet alleen nu hier in een Nederlands dorp maar goede buren had ik ook in Zwitserland, Maleisië en Singapore.

Een andere bekende uitdrukking zegt dat je moet geven en nemen en wanneer je nieuw in een buurt komt,  moet je volgens mij beginnen met geven want woongenot is niet alleen je mooie huis en tuin maar ook een goede relatie met je buren. Juist in onze vergrijzende samenleving zouden goede buurtschappen veel winst op kunnen leveren want kinderen hebben het vaak te druk om dagelijks mantelzorgers te zijn maar  je buurvrouw kan natuurlijk best even je boodschappen doen of tafeltje-dek-je uitvoeren. En de media? Die kan na zoveel seizoenen wel stoppen met de Rijdende Rechter en wekelijkse het programma Bof met je Buren gaan uitzenden.

Gepubliceerd in: on 8 oktober 2009 at 4:37 pm Reactie (1)

Hedendaagse zaligsprekingen door W.R. van der Zee

Gelukkig de mensen die veel weten en alles kunnen,

want zij hebben het voor het zeggen op deze aarde.

Gelukkig de mensen die zich gepantserd hebben tegen alle narigheid,

want zij hebben geen troost nodig.

Gelukkig de mensen die zich verweren kunnen,

want niemand zal over ze heen lopen.

Gelukkig de mensen die zich verzadigen aan de welvaart,

want zij hebben niets anders meer nodig.

Gelukkig de mensen die hard kunnen zijn en ‘nee’ zeggen,

want zij houden veel voor zichzelf over.

Gelukkig de mensen die compromissen kunnen sluiten,

want zij zullen het ver brengen met een goed geweten.

Gelukkig de mensen die op hun eer en hun recht staan,

want zij krijgen altijd gelijk.

Gelukkig de mensen die een beetje geven en nemen,

want ze komen nooit in moeilijkheden.

Gelukkig bent u als u daarin slaagt: positie en populariteit zal uw deel zijn.

Wees tevreden, want uw loon is groot op aarde.

Zo zijn alle grote mensen geslaagd.

Gepubliceerd in: on 5 oktober 2009 at 4:29 pm Reactie (1)